Bij het Centrum voor Epilepsiewoonzorg (CEW) van Kempenhaeghe begint kwaliteit voor mij bij onze bewoners. Bij de vraag wat zij nodig hebben om goed te kunnen wonen, leven en zich te ontwikkelen. En hoe wij de zorg daarop zo passend mogelijk organiseren. Dat is geen vraag die je één keer beantwoordt. Die vraagt dat je steeds opnieuw kijkt: past wat we doen nog bij de zorgvraag van vandaag en bij de toekomst die voor ons ligt?
Als ik terugkijk op 2025, dan zie ik een jaar waarin veel samenkwam. Het was een periode waarin duidelijk werd dat we het, zoals we het deden, niet op dezelfde manier konden blijven doen. Tegelijk hebben we binnen het CEW in gezamenlijkheid hard gewerkt aan de bedrijfsvoering en inhoud. Juist daardoor ontstond ruimte om vooruit te kijken en met elkaar een volgende stap te zetten in kwaliteitsverbetering.
Die stap hebben we gezet met het programma SamenZorg met lef & liefde. Voor mij is dat geen vaststaand plan, maar een richting. Een manier van werken waarin we samen blijven leren, verbeteren, evalueren en bijsturen. Niet vanuit één perspectief, maar juist vanuit het geheel. Want goede en duurzame kwaliteit ontstaat alleen als je kijkt naar de samenhang tussen bewoners, naasten, medewerkers, expertise, huisvesting, dagbesteding en methodiek. Alles grijpt in elkaar. Daarom vraagt passende zorg ook om een brede blik.
Wat ik daarin belangrijk vind, is dat we dit niet vóór mensen bedenken, maar mét hen vormgeven. In de voorbereiding en uitwerking van het programma zijn verschillende perspectieven samengebracht, van bewoners en naasten tot medewerkers en medezeggenschap. Dat is essentieel, omdat duurzame kwaliteitsverbetering niet in één kamer ontstaat. Ze ontstaat in de praktijk, door samen te onderzoeken wat behouden moet blijven, wat beter kan en wat anders moet om zorg echt passend te laten zijn.
Het werken in clusters helpt ons daarbij. Door expertise rond vergelijkbare zorgvragen dichter bij elkaar te organiseren, kunnen we bewoners beter ondersteunen en medewerkers meer ruimte geven om zich verder te verdiepen. Tegelijk moeten we ervoor waken dat we niet in etiketten of hokjes gaan denken. Het gaat niet om indelen, maar om beter aansluiten op wat bewoners nodig hebben in wonen, begeleiding, daginvulling en behandeling.
Een mooi voorbeeld daarvan zagen we in 2025 bij de verhuizing van een groep jongeren naar Kloostervelden. Die stap is zorgvuldig voorbereid met families, medewerkers en betrokken teams. Juist doordat expertise dichterbij kwam en de omgeving beter aansloot bij de zorgvraag, zien we dat de overgang goed gegaan is en bewoners zich goed thuis voelen op hun nieuwe plek. Voor mij laat dat zien waar kwaliteitsverbetering uiteindelijk om draait: niet veranderen om het veranderen, maar keuzes maken die in het dagelijks leven merkbaar beter uitpakken voor onze bewoners.
Voor 2026 kijk ik daarom met vertrouwen vooruit. Niet omdat alles al af is, maar omdat we samen een beweging in gang hebben gezet die gericht is op blijvende verbetering. Voor mij is het programma SamenZorg geslaagd als bewoners merken dat de zorg steeds beter aansluit bij wie zij zijn en wat zij nodig hebben, als naasten zich betrokken voelen en als medewerkers de ruimte hebben om vanuit deskundigheid en betrokkenheid samen goede zorg te bieden. Want juist dan ontstaat wat we uiteindelijk allemaal willen: dat bewoners goede zorg ervaren en medewerkers kunnen genieten van waardevol werk.
Francesca Snoeijen
Directeur van het Centrum voor Epilepsiewoonzorg van Kempenhaeghe (CEW)