Persoonsgerichte zorg

Technologie binnen Kempenhaeghe: leren door stap voor stap op te schalen

Kempenhaeghe heeft de afgelopen jaren met verschillende typen zorgtechnologie pilots uitgevoerd, waaronder de slimme sok van Hume, Ivy de sociale robot, Mijn Eigen Plan en slim incontinentiemateriaal. De ervaringen uit deze pilots laten zien dat technologie alleen duurzaam effect heeft wanneer de implementatie zorgvuldig wordt voorbereid en medewerkers goed worden meegenomen. Daarom is bewust gekozen voor een werkwijze waarbij eerst wordt opgeschaald voordat nieuwe technologieën worden ingevoerd.

Subsidie voor borging

Voor zowel Hume als sociale robotica is STOZ‑subsidie toegekend (Stimuleringsregeling Technologie in Ondersteuning en Zorg). Deze subsidie maakt het mogelijk om technologie niet alleen te implementeren, maar ook te investeren in scholing, begeleiding en borging. Voor Mijn Eigen Plan wordt nog gewacht op de uitslag van de STOZ‑aanvraag. De eerdere opschaling van slim incontinentiemateriaal bevestigde dat een gefaseerde aanpak het meest effectief is. Door eerst op één locatie breed op te schalen kunnen medewerkers ervaring opdoen en wordt het maximale resultaat bereikt. Deze werkwijze vormt inmiddels de basis voor toekomstige implementaties binnen Kempenhaeghe.

Een sociale robot die iets toevoegt

Ook bij sociale robotica is deze aanpak terug te zien. Binnen het Centrum voor Epilepsiewoonzorg worden robots niet ingezet ter vervanging van begeleiders, maar als aanvullend hulpmiddel dat bewoners ondersteunt bij structuur, zelfstandigheid en voorspelbaarheid. Projectleider Vera Driessen verwoordt de centrale gedachte: “Het uitgangspunt is altijd de bewoner. De robot moet iets toevoegen aan iemands leven. Als dat niet zo is, zetten we hem niet in.”

Teams bekijken zorgvuldig welke bewoners baat kunnen hebben bij de inzet van een robot en met welk doel. Daarbij wordt gewerkt met duidelijke doelen en evaluatiemomenten. Driessen merkt dat bewoners vaak zelf goed kunnen aangeven wat voor hen werkt: “Sommigen denken actief mee over wat de robot moet zeggen of op welk moment ondersteuning wenselijk is.”

De opschaling van sociale robotica sluit aan bij de strategie om technologie eerst op één locatie stevig te laten landen. De Esdoornstraat fungeert hierbij als startlocatie, waar meerdere robots gelijktijdig worden ingezet. Zo kan het team samen ervaring opdoen en een nieuwe manier van werken ontwikkelen. Driessen ziet dat dit ook de begeleidingsstijl verandert: “Als een robot iemand al heeft geholpen bij het opstaan of de voorbereiding op de dag, komt een begeleider vaak in een andere sfeer binnen. Dat maakt het werk niet alleen efficiënter, maar ook prettiger.”

Leren van de data

Een vergelijkbaar leerproces vond plaats bij de inzet van slim incontinentiemateriaal. De start van dit project werd begeleid door een verpleegkundige die al ervaring had met deze technologie, waardoor collega’s goed konden worden meegenomen. Op woonlocatie Appelvink, een EMB‑groep, wordt slim incontinentiemateriaal inmiddels voor alle bewoners ingezet. Het team analyseerde de data die het systeem oplevert en paste daarop het werkrooster aan. Zoals verpleegkundige Berdy Petit toelicht: “We zagen dat de verschoonmomenten eerder in de middag plaatsvonden. Op basis daarvan hebben we het rooster aangepast: de avonddienst begint nu eerder en stopt ook eerder.”

Driessen benadrukt dat deze aanpak ook voor robotica geldt: “Het is een investering. In het begin kost het tijd om te programmeren, af te stemmen en samen te leren. Maar die tijd win je later terug.” De STOZ‑subsidie speelt hierin een belangrijke rol, omdat deze tijd en ruimte creëert om technologie zorgvuldig te implementeren. Daarnaast hebben we geleerd dat het niet werkt om op veel locaties kleine innovaties uit te zetten. Door de inzet te concentreren ontstaat er impact op het werkproces en wordt innovatie onderdeel van de dagelijkse praktijk.

Opschalen

Kempenhaeghe heeft de ambitie om de komende jaren technologie verder op te schalen. In 2028 zullen ongeveer honderd bewoners in aanraking zijn gekomen met robot Ivy en wordt bij twintig bewoners sociale robotica dagelijks ingezet. Deze groei vindt stap voor stap plaats, zodat bewoners en medewerkers kunnen blijven leren en de kwaliteit van zorg gewaarborgd blijft. Zoals Driessen het verwoordt: “Het belangrijkste is dat we blijven kijken naar wat het oplevert. Voor bewoners, voor medewerkers en voor de kwaliteit van zorg. Als dat in balans is, dan heeft sociale robotica echt waarde.”

Ook bij de Hume wordt in 2026 opgeschaald. Er worden drie sets Hume‑sokken ingezet voor twaalf cliënten, waarbij nauw wordt gemonitord hoe de technologie bijdraagt aan het beter herkennen en duiden van spanning en gedrag. Voor Mijn Eigen Plan wordt, zodra duidelijk is of de STOZ‑subsidie wordt toegekend, een vergelijkbaar gefaseerd opschalingsproces voorbereid.

Eigen regie

Active support ondersteunt eigen keuzes

Eigen regie is een basisvoorwaarde voor kwaliteit van leven voor mensen met epilepsie en een licht verstandelijke beperking. GZ-psycholoog Alexandra Haenen doet hier al langer onderzoek naar. In het afgelopen jaar keek ze vooral hoe het netwerk van cliënten – behandelaren, begeleiders, ouders, broers en zussen – de eigen regie kan ondersteunen. “Via een literatuurstudie hebben we geïnventariseerd welke factoren de eigen regie versterken of juist belemmeren”, vertelt ze. “Ook keken we naar wat het netwerk of de omgeving van de cliënt belangrijk vindt bij ondersteuning van eigen regie. Dat leverde mooie inzichten op.” Wat opvalt zijn aspecten die gelden voor iedereen: een persoonsgerichte aanpak, jezelf kunnen ontwikkelen, en een goede samenwerking tussen alle betrokkenen. “Naasten, begeleiders en behandelaren vonden het allemaal belangrijk om cliënten uit te dagen om nieuwe dingen uit te proberen en te leren op basis van ervaring. Bijvoorbeeld iemand die van zingen houdt, te stimuleren om lid te worden van het zangkoor in het dorp. Want als je eerst iets ervaart, dan leer je wat de gevolgen van die keuze zijn. Of je een klik hebt met anderen en welke aanpassingen er eventueel nodig zijn vanwege de epilepsie.” Nieuwe vaardigheden Bij elk plan om iets nieuws uit te proberen, hoort een stukje risico-afweging. En dan zo, dat interesse in de ideeën en opvattingen van de cliënt centraal staan. Zorgprofessionals en naasten vinden dit soms lastig, vooral als er kans is op letsel of andere negatieve gevolgen voor de client. Dan is de neiging om de cliënt dringend te adviseren of in een bepaalde richting te sturen vaak groot, waardoor een cliënt zich beperkt kan voelen in zijn eigen regie. “Het was mooi te zien dat uitgangspunten van de Active Support methodiek die binnen CEW gebruikt wordt, specifiek benoemd werden in onze studie. Deze methodiek helpt bij de risicoafweging en laat cliënten zo groeien in hun zelfstandigheid”, aldus Alexandra. “Het geeft zorgmedewerkers handvatten om de cliënt gestructureerd nieuwe vaardigheden aan te leren. Het sluit aan bij de motivatie van de cliënt om iets nieuws uit te proberen. Dat gun je toch iedereen?”

Logeermogelijkheden bij Kempenhaeghe

Binnen Kempenhaeghe bieden we logeermogelijkheden die bijdragen aan continuïteit van zorg, stabiliteit in het dagelijkse leven van cliënten en ontlasting van hun naasten. Logeren vormt al jarenlang een betrouwbare voorziening voor kinderen en volwassenen die behoefte hebben aan een veilige plek met passende ondersteuning. Afhankelijk van de zorgvraag is medische zorg, gedragsmatige begeleiding of een combinatie hiervan beschikbaar.

Ontwikkeling in de zorgvraag

De vraag naar logeermogelijkheden neemt toe. Steeds meer gezinnen en naasten zoeken tijdelijke ondersteuning om de intensieve zorg voor hun kind of familielid vol te houden. Logeren biedt hen rust en herstelmomenten, waardoor zij de zorg thuis duurzaam kunnen blijven bieden. Vanuit cliënten en families horen we terug dat het kunnen terugvallen op een vertrouwd logeerteam belangrijk is voor hun gevoel van veiligheid en stabiliteit.

Kwaliteitsverbetering door uitbreiding

Om aan de groeiende behoefte te voldoen en de continuïteit van zorg te waarborgen, is het aantal beschikbare logeerplekken uitgebreid. Op locatie Den Vinckert in Heeze realiseren we 6 extra logeerplekken, waardoor er in totaal 10 logeerplekken mogelijk zijn.

Deze uitbreiding biedt:

  • Meer flexibiliteit in het plannen van logeerarrangementen.
  • Kortere wachttijden voor gezinnen die ondersteuning nodig hebben.
  • Meer maatwerk doordat groepen kleiner en rustiger kunnen worden samengesteld.
  • Een stabieler dagritme voor cliënten, passend bij hun zorg- en begeleidingsbehoeften.

Wat dit betekent voor kwaliteit van zorg

Met de uitbreiding versterken we niet alleen de capaciteit, maar ook de kwaliteit van het logeeraanbod. Door meer ruimte en rust te creëren, kunnen medewerkers beter aansluiten bij individuele ondersteuningsbehoeften. Dit draagt bij aan:

  • Veiligheid en voorspelbaarheid in de dagelijkse structuur.
  • Positieve ervaringen voor cliënten, door een omgeving die aansluit bij hun ontwikkelings- en zorgprofiel.
  • Er ontstaat voor ouders en naasten ruimte om samen te onderzoeken wat nodig is om de thuissituatie goed vol te houden.
  • Professionele ontwikkeling, doordat teams stabieler kunnen werken en expertise beter kunnen inzetten.

Versnelling in visieontwikkeling cluster Gedrag

Visie op complexe zorg en onbegrepen gedrag

De afgelopen jaren is hard gewerkt aan het verbeteren van de zorg voor mensen met een intensieve zorgvraag en onbegrepen gedrag. Toch blijft het bieden van passende ondersteuning uitdagend. De zorgvraag groeit, situaties worden complexer en er is krapte op de arbeidsmarkt. Daardoor is het soms lastig om ruimte te vinden om te leren, bij te stellen en te reflecteren.

In 2025 nam het CEW, samen met het cluster Gedrag, deel aan het Ontwikkelprogramma Complexe Zorg van het ministerie van VWS. Dit landelijke programma maakt onderdeel uit van de Toekomstagenda Zorg en Ondersteuning voor mensen met een beperking. De deelname vormde een waardevolle impuls voor de verdere doorontwikkeling van de visie op gedrag binnen het CEW.

Samen komen tot een nieuwe visie

Binnen het programma kregen medewerkers, ouders en naasten de gelegenheid om samen input te leveren voor een nieuwe visie. Een belangrijk uitgangspunt van het Ontwikkelprogramma is dat de ontwikkeling die een zorgorganisatie doormaakt, aansluit bij de reguliere organisatieontwikkeling. Het vernieuwen van de visie voor het cluster Gedrag past dan ook volledig binnen het CEW‑programma Samenzorg met Lef & Liefde.

Om de inbreng van ouders en naasten op te halen, werd een digitale bijeenkomst georganiseerd. “Met veel warmte kijk ik daarop terug,” zegt clustermanager Wilma Verest). “Het was bijzonder om te zien dat ouders juist dat moment aangrepen om hun waardering voor het team uit te spreken.” Een ander waardevol moment in het traject was dat tijdens een van de livebijeenkomsten een moeder en oma van een bewoner aanwezig was. Op deze manier leverden zij persoonlijk een bijdrage aan de ontwikkeling van de visie.

Van visie naar uitvoering

Aan het begin bestond de verwachting dat er vanuit het programma Complexe Zorg ook zou worden meegedacht over een bekostigingsmodel. Deze verwachting werd niet waargemaakt. De expertise lag vooral op de inhoud van zorg en minder op de bedrijfsvoering. Terugkijkend hadden we vanuit CEW wellicht steviger op deze wens moeten inzetten. Toch gaf het programma duidelijke richting voor de toekomst.

Directiesecretaris Marije van Ruijven: “In 2026 zetten we de volgende stap namelijk de implementatie van de nieuwe visie binnen de teams van het cluster Gedrag. In een deel van het jaar maken we daarbij nog gebruik van de expertise vanuit het programma Complexe Zorg”.

"De meerwaarde zat voor ons vooral in de nieuwe inspiratie. Het programma heeft ons geholpen om breder te kijken en anders te denken. De verschillende werkvormen droegen daar sterk aan bij. Daarnaast werkte de deelname als een soort ‘stok achter de deur’ om het visievormingsproces echt af te ronden," vertelt clustermanager Gerard van Cranenbroek.

Ondersteunde communicatie: een stem die past bij elke bewoner

De logopedisten van Kempenhaeghe Larissa van Ool en Kim Brok zetten zich dagelijks in voor communicatieve participatie. Kim vertelt: “We vinden het belangrijk dat iedere bewoner, ongeacht beperking, kan communiceren op een manier die bij hem of haar past. De afgelopen jaren hebben we daarom veel ervaring en kennis opgebouwd in het aanvragen en implementeren van ondersteunde communicatiemiddelen (OC‑middelen), zoals pictogrammen, tekeningen, foto’s en ook oogbesturingssystemen”

Oogbesturing is hierbij een prachtige ontwikkeling. De Tobii is een van de bekendste apparaten, maar er bestaan meerdere modellen en verschillende softwareprogramma’s waarmee bewoners leren communiceren. Door deze hulpmiddelen zorgvuldig af te stemmen op iemands mogelijkheden en voorkeuren, krijgt elke bewoner een eigen ‘stem’ die letterlijk bij hem of haar past. Groei, ontwikkeling en persoonlijke keuzes staan daarbij altijd centraal.

Wij begeleiden bewoners, hun naasten en het team door het hele traject: van diagnostisch onderzoek, het schrijven van financieringsaanvragen en de samenwerking met leveranciers tot de uiteindelijke implementatie op de woning. Zo zorgen we dat het gekozen hulpmiddel aansluit bij de behoefte van de bewoner én goed ingebed wordt in de dagelijkse zorg.